Veronica
'Ik was pas negen jaar toen er in de nacht van 24 op 25 april 1996 bij ons brand uitbrak. Het was zo'n normale dag. Ik had er nooit bij stil gestaan dat mijn moeder en zusje de volgende ochtend niet zouden halen. 
Ik lag in mijn bedje te luisteren naar de geluiden die ik beneden hoorde. Mijn vader was naar beneden gegaan om televisie te kijken. Ook hij kon die nacht niet goed slapen. Plotseling rende mijn vader naar boven, luid schreeuwend ‘Brand! Brand!' De keuken stond in lichterlaaie.
Verschrikt bleef ik op bed zitten. Ergens wist ik dat ik iets moest doen. Maar brand is zoiets vreemds, dat ik op dat moment echt niet wist wát ik moest doen. Ik kon geen stap verzetten. Keihard riep ik om mijn vader. Die probeerde ondertussen mijn moeder en zusjes wakker te roepen. Hij ging er vanuit dat zij hem hadden gehoord en rende naar mijn slaapkamer. Hij tilde me in zijn armen en sprong van de trap. Ik kan me herinneren dat ik links en rechts allemaal vlammen zag. Ik weet nog dat mijn pyjamabroek afzakte en dat ik die optrok. Op dat moment grepen de vlammen mijn rechterhand. Ik voelde geen pijn, daarvoor was ik te ontdaan.
Mijn vader sloeg een gat in het glas van de voordeur waardoor we naar buiten konden. Hij zette me in het koude gras en rende direct weer naar binnen om mijn moeder en zusje te redden. Helaas kon hij door de vlammenzee niet meer bij mijn moeder en zusje komen. Vanuit het huis van onze overburen zag ik de vlammen uit het dak slaan. Op dat moment wist ik dat ik mijn moeder en zusje nooit meer zou zien. Van de brandweer hoorden we later dat mijn moeder en zusje waarschijnlijk door de rook bewusteloos zijn geraakt en dat ze niet hebben geleden. Mijn vader en ik zijn met de ambulance naar het brandwondencentrum in Rotterdam gebracht. Drie maanden heb ik in het ziekenhuis gelegen. Ik onderging zeker tien operaties, waaronder een huidtransplantatie op mijn rechterhand en in mijn gezicht. De littekens die ik heb overgehouden zie je vandaag de dag nog steeds en ze gaan nooit meer weg.
Later vraag je je wel eens af of dit te voorkomen was. Dan denk ik wel, ‘hadden we maar een rookmelder gehad, dan was het misschien heel anders afgelopen'. Waarom we geen rookmelder hadden? Om dezelfde reden als zovele andere mensen: je verwacht niet dat een brand jou ooit overkomt. Je denkt daar gewoon niet aan. Ten onrechte.'
Veronica.







