Project 09.107
| Projectleider | : | Prof. dr. K. Stronks |
| Projecttitel | : | Psychosociale nazorg aan allochtone kinderen met brandwonden |
| Jaar aanvang | : | 2009 |
| Duur | : | 2 jaar |
| Bedrag | : | € 153.712 |
| Organisatie | : | AMC |
Achtergrond
Uit onderzoek blijkt dat allochtone kinderen (vooral van Turkse en Marokkaanse afkomst) een twee keer zo grote kans hebben om in het brandwondencentrum te worden opgenomen. De vraag is of de psychosociale nazorg afgestemd is op de behoeften en wensen van deze groep kinderen en hun ouders. Op dit moment is er tijdens de medische follow-ups, die kort na het ongeval zeer frequent zijn, ook steeds een nazorgverpleegkundige aanwezig die aandacht schenkt aan psychosociale problemen. Het is mogelijk dat de problemen van allochtone kinderen en hun ouders niet worden opgepikt, omdat professionals niet beschikken over kennis inzake specifieke opvattingen over het omgaan met psychische problemen van deze groepen. Ook kunnen communicatieproblemen een rol spelen waardoor psychosociale nazorg niet begrepen wordt en tot slot kunnen opvattingen over verbrandingen en littekens voor de hulpverlener ongebruikelijk zijn, wat bijvoorbeeld kan leiden tot misverstanden of wederzijdse irritaties.
Doelstelling
Doel van het onderzoek is na te gaan of de huidige psychosociale nazorg bij brandwonden aansluit bij behoeften en wensen van Turkse en Marokkaanse kinderen en hun ouders. Ter vergelijking zullen ook Nederlandse kinderen en hun ouders in het onderzoek worden geincludeerd. Op basis van gevonden behoeften en wensen zullen suggesties worden gedaan om de psychosociale nazorg te verbeteren.
Methoden
Interviews met kinderen (Turks, Marokkaans en autochtoon), interviews met hun ouders en interviews met hulpverleners.
Verwacht resultaat
Op grond van ander onderzoek naar etnische verschillen in de beleving van gezondheid en gezondheidszorg, bijvoorbeeld onderzoek naar hoge bloeddruk, kanker en Turkse en Marokkaanse kinderen met astma, verwachten we dat Turkse en Marokkaanse kinderen en hun ouders andere ideeën hebben over brandwonden en over de behandeling, in vergelijking met Nederlandse kinderen en hun ouders. Deze zogeheten etnische verschillen kunnen er voor zorgen dat psychosociale nazorg niet aansluit bij wensen en behoeften en kunnen daardoor de kwaliteit van de psychosociale nazorg negatief beïnvloeden. Daarnaast verwachten we in het traject van psychosociale nazorg meer communicatieproblemen tussen allochtone ouders en hulpverleners in vergelijking met Nederlandse ouders. En tot slot verwachten we dat Turkse en Marokkaanse kinderen en hun ouders de psychosociale nazorg op een andere manier ervaren en waarderen in vergelijking met Nederlandse kinderen en hun ouders.







