Project 09.106
| Projectleider | : | Drs. M.E. van Baar |
| Projecttitel | : | Epidemiologie van gelaatsverbrandingen in Nederland |
| Jaar aanvang | : | 2009 |
| Duur | : | 2 jaar |
| Bedrag | : | € 133.601 |
| Organisatie | : | VSBN - Maasstad Ziekenhuis Rotterdam |
Achtergrond
Gelaatsverbrandingen komen veel voor. Hoofd en hals zijn aangedaan bij 40 tot 50% van de ernstige brandwondenpatiënten die opgenomen worden in een van de drie brandwondencentra. Functie, cosmetiek en kwaliteit van leven kunnen zeer ernstig aangetast worden als gevolg van brandwonden in dit gebied.
Onderzoek naar de epidemiologie van gelaatsverbranding is schaars, en vaak gericht op specifieke groepen van patiënten. Geen van de studies richt zich op zowel het letsel, de behandeling en de gevolgen van gelaatsverbrandingen bij een brede populatie.
Doelstelling
Inzicht verkrijgen in het voorkomen, de aard, behandeling en gevolgen van gelaatsverbrandingen in Nederland, ter verbetering van preventie en behandeling.
Methoden
De onderzoekspopulatie betreft alle patiënten met of zonder een gelaatsverbranding waarvoor (poli-) klinische hulpverlening wordt gezocht, in de periode van 2003-2005.
Drie deelpopulaties worden onderzocht. In een transversaal onderzoek wordt informatie verzameld van patiënten op de spoedeisende hulp, met een opname in algemene ziekenhuizen of een opname in een Nederlands brandwondencentrum. De gegevens worden ontleend uit het Letsel Informatie Systeem (LIS), de Landelijke Medische Registratie (LMR) en de bestaande registraties in de brandwondencentra.
Daarnaast wordt een retrospectief cohortonderzoek uitgevoerd bij alle in een brandwondencentrum opgenomen patiënten met een gelaatsverbranding. Bij deze patiënten wordt aanvullend dossieronderzoek verricht tot twee jaar na het ongeval.
Verwacht resultaat
Een beter inzicht in de omvang, aard en gevolgen van gelaatsverbrandingen maakt gerichtere preventie van deze verbrandingen mogelijk. Daarnaast biedt inzicht in de determinanten van een suboptimale uitkomst aanknopingspunten voor een meer specifieke aanpak bij behandeling en nazorg van patiënten.







