mailafriend nederlands engels a a+ a++
Home  Contact  Pers  Agenda

Project 07.113

  
Projectleider : Dr. C.D. Richters
E-mail:cd.richters@vumc.nl
Projecttitel:Effect van verschillende standaard behandelingen voor
halfdiepe heetwater  brandwonden in een diermodel (varken) op ontsteking en zenuwregeneratie
Jaar aanvang       :2007
Duur :1,5 jaar
Bedrag :

€ 140.219

Organisatie :VSBN/Euro Skin Bank

Doel
Het onderzoeken van het werkingsmechanisme van drie verschillende behandelmethoden voor heetwaterverbrandingen met behulp van een proefdiermodel (varken); met name de ontstekingsreactie en de zenuwregeneratie zal bestudeerd worden.

Achtergrond
De effecten van verschillende behandelingsmethoden voor halfdiepe brandwonden zijn in grote lijnen beschreven in de literatuur; met name effecten op ontstaan van littekenhypertrofie en de genezingsduur. Er is echter weinig kennis hoe het effect van een bepaalde behandeling tot stand komt. Vooral de effecten op zenuwregeneratie zijn slechts in enkele studies beschreven terwijl inmiddels wel gebleken is dat dit proces een belangrijke rol speelt bij wondgenezing en littekenvorming.

Methode
In een gestandaardiseerd proefdiermodel zullen drie veel gebruikte behandelingen voor halfdiepe heetwaterverbrandingen vergeleken worden:
- Silver Sulfadiazine (SSD, Flammazine) crème; de standaard behandeling
- Allogene donorhuid gepreserveerd in 85% glycerol
- Vochtopnemend vezel verband (Aquacel®)

In eerder onderzoek is aangetoond dat behandeling met SSD de ontstekingsfase langer deed voortduren. Ook was de regeneratie van de zenuwen vertraagd. De effecten van donorhuid en Aquacel op het herstel van de zenuwen zijn nog onbekend. Experimenten in een proefdiermodel hebben wel aangetoond dat de ontstekingsreactie verminderd is wanneer Aquacel op de wond wordt aangebracht. In het proefdier model zal de ontstekingsreactie, de kwaliteit van het litteken na genezing en de zenuwregeneratie bestudeerd worden op macroscopisch niveau en op coupes van biopten van de wonden.

Resultaat
Over de rol van het zenuwstelsel bij de wondgenezing is nog weinig bekend, behalve dat wonden waarbij het herstel van zenuwen geblokkeerd is ook een vertraagde wondgenezing laten zien. Langdurige jeuk is een groot probleem bij patiënten met brandwonden. De oorzaak van deze jeuk is nog niet duidelijk en daarom is een goede behandeling momenteel ook nog niet mogelijk.
In deze studie zijn, met behulp van een varkensmodel, de werkingsmechanismen van de drie meest gebruikte behandelmethoden voor halfdiepe heetwaterverbrandingen onderzocht. Deze methoden zijn: Silver Sulfadiazine crème (SSD, Flammazine), donorhuid bewaard in 85% glycerol, en het vochtopnemende vezelverband Aquacel®.
Bij varkens zijn diep 2e graads brandwonden gemaakt door 20 seconden 80˚C water op de huid te houden. Na het maken van de wond werden ze afgedekt met de hierboven beschreven materialen. Er is steeds één behandelmethode per dier gebruikt. Op dag 7, 14 en 56 zijn biopten van de wonden genomen. Op dag 56 (dag van opofferen van de dieren) zijn ook biopten van gezonde huid genomen, ter vergelijking. Deze biopten zijn gekleurd voor de microscopische beoordeling van de mate van ontsteking en de uitgroei van nieuwe zenuwen in de wonden. Verder zijn er foto's van de wonden gemaakt (voor de macroscopische beoordeling) en is het ‘jeukgedrag' (schuurbewegingen) van de varkens bestudeerd m.b.v. een digitale videocamera.

De resultaten waren anders dan werd verwacht. De hypothese was dat er een relatie was tussen de mate van ontsteking, de zenuw uitgroei en de kwaliteit van het litteken. Een grote influx van ontstekingscellen in de wond zou de uitgroei van zenuwen kunnen beïnvloeden en vervolgens ook effect hebben op de kwaliteit van het litteken. In dit onderzoek zijn hiervoor echter geen aanwijzingen gevonden; gebieden met ontstekingcellen hadden geen andere uitgroei van zenuwen dan andere gebieden in de littekens. De behandelingswijze van de wond heeft wel een duidelijk effect op de jeuk en de zenuw uitgroei, op dag 14 was het aantal zenuwen in wonden behandeld met SSD significant hoger maar nog wel lager t.o.v. normale huid. Ook hadden de dieren die behandeld werden met SSD significant meer jeuk maar hoe dit effect van SSD tot stand komt moet nog verder onderzocht worden. De jeuk en de snellere uitgroei van zenuwen zou kunnen betekenen dat jeuk bij wondgenezing niet alleen komt door een verhoogde aanwezigheid van mediatoren die jeuk veroorzaken. Het ontwikkelen van therapieën specifiek gericht op de uitgroei van zenuwen om de wondgenezing te verbeteren lijkt daarom niet zinvol, wel kan door de zenuw uitgroei te beïnvloeden mogelijk de jeuk worden verminderd.